Je geld of je leven!

Geplaatst op12/07/2010

0


Een jaar of vijf geleden ‘hielp’ ik een vriend. Hij werkte in een nogal conjunctuur gevoelige branche, laten we het om de aandacht vast te houden de entertainment industrie noemen. We spraken af op een terrasje –  niet in onze stamkroeg – en slobberend van een kop koffie gaf hij zijn voorstelling: zijn inkomen was de afgelopen jaren best stabiel geweest, mits je de periode maar lang genoeg nam, maar de laatste tijd was het echt tobben. Hij had al maanden geen echte klus meer gehad (fakespeaches zijn zijn specialiteit). Het was echt maar een tijdelijke zaak want binnenkort was Mandoline (fakenaam) klaar met haar studie en kon ze aan de slag als advocaat. Bovendien na de zomer trekt de handel altijd weer aan, dan zouden alle problemen opgelost zijn. En als het allemaal echt mis zou gaan dan had hij altijd nog een prachtige Steinway, eigenlijk bedoeld als pensioenvoorziening …

We kennen elkaar al jaren, hebben vele serieuze gesprekken en vooral veel lol gehad. Zijn of mijn verleden, het was zelden een gespreksonderwerp, hoogstens een bron van grappen die alleen in die context leuk zijn (ach, je had er bij moeten zijn). Hij wist van mijn ‘moeilijke’ jeugd. Ik wist van zijn vreemde ontwrichte verleden; biologische ouders onbekend, geadopteerd en weer verweesd. Opgegroeid op een Engelse kostschool en achttien jaar oud naar Nederland verhuisd. Geen enkele familie behalve een zwervende schizofrene broer die ik nog nooit gezien had (hmm, nooit eerder bij stil gestaan). Hij was desondanks altijd op en top een gentleman, altijd oprecht (of briljant geveinsd) geïnteresseerd in mensen, maar dronk ook altijd te veel. Vlak voor een optreden nog meer en dan op het allerlaatste moment met de trein. Of als we erg veel lol hadden belde hij op dat hij ziek was. Hoe het werkelijk zat, ik zal het nooit weten.

Hij verbaasde zich er vaak over dat je op onze leeftijd (toen 36) nog iemand tegen kon komen met wie het direct klikt en met wie je nog een echte band kan ontwikkelen, een echte vriend. Ik was wat terughoudender, het zal terugkijkend niet zonder betekenis zijn geweest, maar ik merkte ook wel dat hij altijd goede intenties had, maar zich eigenlijk nooit aan zijn woord hield. Het verband tussen zijn gedrag en het teruglopende inkomen was niet moeilijk te leggen.

De laatste keer dat ik hem zag was op een bruiloft. Hij was hartelijk als altijd, als twee kleine kinderen hadden we direct weer de grootste lol. Ik zag mensen om me heen afhaken, maar wij begrepen elkaar met een half woord. Toch wordt het nooit meer zoals het was. Ik vergeef hem zijn leugens in een oogwenk, dat is niet wat tussen ons blijft staan, het is zijn onvermogen om ook maar iets aan zijn gedrag te veranderen, om op te houden met liegen. Om één stap te doen, om één belofte, hoe klein ook, na te komen, niet zo zeer aan mij, maar vooral aan hemzelf.

Ik vraag me geregeld af hoe het was gegaan als ik hem echte hulp had gegeven … in plaats van geld. Was ik daar wel toe bereid geweest? Was ik wel bereid om zo intiem te worden dat ik hem echt kan helpen? Was ik bereid om zo dicht op zijn huid te zitten dat ik hem kan helpen om zijn gedrag of de omstandigheden waarin hij telkens in het gedrag vervalt dat hem in de problemen brengt te veranderen? Was ik bereid om mijn eigen belangen, mijn agenda, ondergeschikt te maken aan zijn problemen? Zou hij het überhaupt accepteren? En hoe meer ik er over navoel, ben ik het nu? En zo niet, voor wie dan wel? Mijn vrouw – absoluut! Maar mijn familie? Mijn vrienden?

Dagelijks wordt ik voor dit duivelse dilemma geplaatst, de eindeloze reeks van goede doelen die me chanteren met beelden van een wereld die lijdt. Een toestand die ik zelf in stand houdt door hem te financieren. En als ik wat minder zielig doe en eens om me heen kijk dan zie ik het patroon overal. Een injectie om de banken overeind te houden of de Japanse economie. Ontwikkelingshulp, geld voor de opvang van zielige honden, katten, apen. Het eindeloos subsidiëren van landbouw (en dan ineens stoppen). Kinderbijslag, opvang van daklozen, methadonbussen.

Allemaal geld dat ervoor zorgt dat de bestaande toestand en het bestaande gedrag in stand gehouden kan worden. Dat is geen hulp, dat is gebrek aan betrokkenheid, dat is gemakzucht, welbegrepen eigenbelang. Dat is “arme mensen helpen [lees: geld geven], omdat ze anders radicaliseren” (Cohen). Misschien is dit de echte erfzonde, de zonde waarmee we allemaal geboren worden en waarvan je alleen aan het eind van je leven kan zeggen of je er voldoende aan gedaan hebt of dat je je absolutie afgekocht hebt. Denk daar maar eens over na neo-katholieke Wesley (zo, toch nog een WK referentie).

Geplaatst in:column